Kaart    Toerisme    Historisch    Cultureel    Verhalen    Wijkplatform    Openbaar vervoer


Negenmeimarkt

Tijdens het verblijf van de H. Macharius, patriarch van Antiochië, in de Sint-Baafsabdij te Gent, werd de stad geteisterd door de pest. Macharius bood zich als zoenoffer aan, om als laatste aan de ziekte te mogen sterven, hij overleed in 1012. Het graf van de H. Macharius werd door de Gentse bevolking vereerd, talrijke genezingen en mirakels werden aan zijn voorspraak toegeschreven. Op 9 mei 1067 werd het stoffelijk overschot van de Heilige, in tegenwoordigheid van de Franse koning Filips en vele andere edellieden en prelaten, ontgraven. Onder massale belangstelling werden de relieken van de Heilige, langs de Dendermondse heirweg naar het huidge kerkplein van het H. Hart gedragen en ter openbare verering tentoongesteld. Deze heuvel werd van af dan de Machariusberg genoemd en ieder jaar deed men op 9 mei met de relieken een ommegang. Deze kerkelijke plechtigheid gaf aanleiding tot diverse vermakelijkheden, zo ontstond naast de reeds lang bestaande Sint-Baafskermis van 1 oktober, een tweede kermis. Een oorkonde uit 1280 vermeldt dit feest met een paarden- en veemarkt.

meimartkt (68K)

Vóór 1540 werd de Negenmeimarkt ingericht in het dorp van Sint-Baafs, achter het groot kerkhof, dicht bij de Antwerpse- en Dendermondse heerweg die toen dwars door het Sint-Baafsdorp liepen en samen kwamen op de hoek van de Heilig Kerstkerk (deze kerk stond waar vroeger het slachthuis was gevestigd, thans een sociale woningwijk). In een akte van 18 mei 1507 kan men lezen dat de paardenmarkt gehouden werd " ter Kerkmessen Sint-Baefs… op een leen gelegen ende ghestaen in 'theerscepe van Sint-Baefs 't jeghen 't groote Kerchof". Toen in 1540 Keizer Karel de Sint-Baafsabdij en een groot deel van het Sint-Baafsdorp liet afbreken om er een versterkt kasteel op te richten, werd de markt door het Kapittel van Sint-Baafs verplaatst naar de Antwerpse heerweg buiten de poorten van de stad. In het Memorieboek van de stad Gent kan men lezen : " Op den IX Meye (1540) was de jaermaert van Sente Baefs, die men ghecostumeert was te houdene bij Sente-Baefsclostere ofte caneseye doe eerstwaerf gheleyt ende gehauden te Sente Amantsbergh". De staak van de markt, waaraan een metalen plaat was gehecht die de plaats aanduidde tot waar de accijnsrechten mochten ontvangen worden, stond op een tiental meter van de herberg "De Ster" die vroeger "De Fortune" werd genoemd. Dit wordt bevestigd t.g.v. een geding in 1611 tussen de schepenen van Gent en de Heerlijkheid van Sint-Baafs nopens de grenzen van Oostakker. De getuigen verklaarden dat ieder jaar op 9 mei werd "gestelt eene staecke met een bleck omtrent acht zoo thien stappen westwaerts van zeker herberghe gheseyt "De Fortune" eertijts bewoont bij eenen weert ghenaempt Phl. Van Hecke alias Corageken".

Dat de Meimarkt reeds in de zeventiende eeuw belangrijk was kunnen wij opmaken uit de talrijke afspanningen met hun uitgebreide stallingen, die in die tijd werden gebouwd : de Papegaai, de Halve Maan, de Wapens van Spanje, de Dubbele Arend, de drie Koningen, Klein Kortrijk, De Kroon en de Ster.

Pony (74K)

Men was gedurende de tweede helft van de zeventiende eeuw herhaaldelijk verplicht de Negenmeimarkt te houden binnen de Gentse stadswallen ten noorden van de Dampoort, in de Maeykensmeerschen, de huidige Leopoldstraat en Zondernaamstraat. De regering van Maria Theresia bracht de vrede terug en de Negenmeimarkt kreeg overal vermaardheid. Op een schilderij in het Bijlokemuseum ziet men hoe, gedurende de achttiende eeuw, de paarden werden opgesteld langs de Antwerpse heerweg die niet geplaveid was. De zuidwestelijke helling van de Kapellenberg was met allerhande vee bezet. De glooiing van de heuvel die zachter was dan nu , liep van de kapel tot op de Antwerpse heerweg, voor het huidige gemeentehuis en was langs beide zijden met populieren beplant. Op de noordoostelijke helling van de berg, die uitliep op een aardeweg, ongeveer rechtover het Sterrestraatje, werden de afgesloofde paarden en ezels samengebracht, die plaats werd in de volksmond de "Kajuttenmarkt" genoemd.

Ook het Hollands Bestuur bevoordeelde de landbouw. De toenmalige Gentse dagbladen, " De Gazette van Gent" en "De Vaderlander" vermeldden dat de Negenmeimarkt zeer druk werd bezocht en dat er gemiddeld 1600 paarden te koop werden aangeboden die door Engelse, Duitse en Franse kooplui werden gekocht. Rond de jaren negentienhonderd werden de paarden op de Antwerpsesteenweg vanaf de afspanning De Papegaai tot ver voorbij het Godshuis (Hospice) tentoongesteld, maar ook in de binnenstraten. Vanaf 1960 bleef van de markt bijna niets meer over, na de fustie in 1977 kende het gebeuren terug een bloei. Thans zijn jaarlijks meer dan 300 paarden ingeschreven voor de keuringen.